Mijn 11

On 7 juli 2011, in Geen categorie, by ODT

Een stukje staal van slecht enkele grammen met 11 tandjes. Klein maar fijn. Mijn 11 is niet schreeuwerig zoals een 19, die daarom op menig blok moet ontbreken. Of lomp zoals een 25, die verward zou kunnen worden met een binnenblad.

Mijn 11 zorgt er ook voor dat zwakkere broeders als de 14 en 15 beter hun werk kunnen doen, omdat de ketting, door haar aanwezigheid, mooier in het midden staat.

Mijn 11 stilt de pijn, als je met de bloedsmaak in je mond een gaatje dicht moet rijden op een troosteloos industrieterrein, of brengt je terug in de afdaling van een klim die net 500 meter te lang was.(of 5 km te lang uiteraard)

Door technische malheur kwamen gisteren, in de kermiskoers in Herenthout, mijn 11 en ik nog dichter tot elkaar. Schakelen ging niet meer. Een verlossende gedachte. Enkele rondes lang maakte mijn 11 indruk door soepel uit de bocht op te trekken.
Ons huwelijk duurde slechts enkele ronden, totdat de inmiddels overbodig geworden derailleurkabel roet in het eten gooide.
Singlespeed is zo slecht nog niet.

 

Ode aan de trainingskoers

On 25 juni 2011, in Geen categorie, by ODT

Als ik aankom op het parcours van een niet nader te noemen wielervereniging in het zuidwesten van Amsterdam, hoor ik zachtjes de klanken van Johnny Cash “Sunday
Morning”. Dit was trouwens de week ervoor ook zo. En daarvoor. Het is een nummer wat precies de ontspanning weergeeft wat dit trainingskoersje zo kenmerkt.

Ik ben redelijk vroeg, ongeveer een halfuur voor de koers, in principe is 20 minuten zat. Na jaren koers weet ik eindelijk wat de ideale tijd is om voor een bepaald
type koers aanwezig te zijn: trainingskoers: 20 min criterium: 40 min Omloop Belgie: 1,5 uur, klassieker: 15 minuten voor de ploegleidersvergadering…voor verbeteringen hou ik me aanbevolen.

Een snelle scan van de fietsen om te kijken of er bekenden zijn. In de kantine zitten een paar zwaargebouwde mannen van WV Volendam. Dat snap ik nooit, je bent hier
toch om te fietsen? In de kleedkamer een olijke begroeting “Daar is de slag!”. De renner in kwestie was 15 kilo geleden nog eens 5de in de GP Wilhelm Tell, net voor ene Yaroslaw Popovich. Hij loopt hier echter niet mee te koop. Dat is een van de mooie dingen aan deze trainingskoers, alles rijdt door elkaar. Tot vorig jaar reed er zelfs een renner mee die op het oog de 70 ruim gepasseerd was. Hopelijk rijdt hij inmiddels bij de trimmers.

Bij de start worden de afstanden voor de diverse categoriën tot in de treure herhaald…gele nummers een uur, zwarte nummers etc etc.
Ik heb het al zo vaak gehoord dat mijn eigen grapjes die ik uit verveling altijd erover maak, me zelf zijn begonnen te vervelen.
Ongeschreven regel is dat er de eerste ronde niet gedemarreerd wordt, al is het net zo’n ongeschreven waarheid dat deze wet altijd weer met voeten getreden wordt.

Ik kan me niet inhouden en spring ook een paar keer mee. De gezichten, houdingen, fietsen zijn voor mij bekend. De kleine Amerikaan met zijn Canyon, de breedgeschouderde 40+-er die bewegingsloos op zn fiets ziet, de Gaul-renner op de Bianchi die bijna voor zijn bracket zit. Ik ben niet goed vandaag, “Kwazniesuuuuuper” zou wijlen VDB zeggen. Mooie is dat het hier niet uitmaakt. Niks moet hier, wil je achterin zitten dan kan dat ook prima. Het is als een vleesgeworden rollenbank waar je zelf bepaalt hoe hard je gaat.

“Rijden, rijden, we zijn los” brult een renner die opgewonden is dat hij ook eens in een kopgroepje zit. Meestal zijn dat niet renners waar je door mee moet rijden. Een beetje zoals de bokser die doet of de klappen hem niks doen, meestal kort daarna neergaat. Ik hou mn benen stil want van dat geschreeuw krijg ik slechte moraal.

Uiteindelijk raken we toch weg. “Als de finale zich aandient, laat de jonge renner er geen twijfel over bestaan hoe hij de kaarten geschud wenst te hebben”. Een zin die ik ooit een las in oude Wieler Revue Nationaal, maar sindsdien altijd in mijn hoofd rond zal blijven spoken, het lijdend voorwerp was hier ene Adrianus van der Poel.
Echter ben ik “sjoko” en verder dan een kansloze demarrage op het rechte stuk in de laatste ronde kom ik niet. Ik sprint nog geen nieuweling eraf en laat het vervolgens lopen.
In de kleedkamer wordt de koers nog eens besproken want “If there’s numbers it’s a race”. Mooi om te horen hoe iedereen de koers op zijn eigen manier beleeft.
Het is als een echte koers zonder de nadelen; stress, valpartijen, lange reistijden. Ik maak een notitie in mijn hoofd: “Nooit meer stoppen met fietsen”.

 

Powerbalance : werkt het?

On 24 augustus 2010, in Training, by ODT

Natuurlijk niet. Behalve voor de portemonnee van de verkoper. Hier wordt het bandje gefundeerd afgeplast.

http://www.kwakzalverij.nl/1219/Power_balance_voor_moderne_bijgelovigen

 

Fietsmythes

On 28 juli 2010, in Koers, by ODT

Gezien de reacties op de exacte kant van het uurrecord (nog) een quasi-wetenschappelijk stukje deze keer. De wielersport kenmerkt zich door een hoog gehalte mythevorming en “straatwijsheid”, de wetenschap heeft pas recentelijk zijn entree gemaakt. De Italiaan Fransesco Moser was in de jaren ’80 de eerste die over aerodynamica nadacht, en de eerste wetenschappelijk gestaafde trainingsschema’s dateren ook pas uit die tijd. Nog steeds worden er veel dingen geroepen die eigenlijk nergens op gebaseerd zijn, ik heb er 10 uitgelicht.

Ik heb zelf geen exacte achtergrond en baseer me dan ook volledig op onderzoek van anderen, aangevuld met wat eigen ervaringen. Ik sta dan ook open voor aanmerkingen, verbeteringen etc!
Je kunt me mailen op info@odt-wielerpromotie.nl

10. “In het wiel zitten” moet je niet letterlijk nemen.

Misschien niet letterlijk, maar “op” het wiel kan geen kwaad. Je hebt dan plusminus 40% minder luchtweerstand. Zit je op 1,5 meter, dan is dit nog maar 27%. En aangezien 87% van de totale weerstand op het vlakke ten laste kan worden gelegd aan de luchtweerstand (rolweerstand 9-12%, mechanisch 2-5%) snapt iedereen dat dit veel uitmaakt.

9. Met een zwaar achterwiel hou je makkelijker je snelheid vast

Dit is een fenomeen wat in de natuurkunde bekende staat als “wheel inertia”. Mooiste praktijkvoorbeeld is natuurlijk onze Tsjechische kameraad Ondrej Sosenka, die tijdens zijn geslaagde werelduurrecordpoging gebruik maakte van een extreem zware achtervelg. Het hele wiel woog in totaal 3,2KG (tegenover een grammetje of 1100 normaal).
In de praktijk in een koers zijn er zoveel accelaraties (denk aan een criterium) en decellaraties dat het geen nut heeft. Zelfs in een achtervolging is het effect niet bewezen. De winst is minimaal en de nadelen duidelijk.

8. Tacxen is slecht voor je fiets

De krachten die op de weg op je fiets komen te staan, zijn groter dan die op een Tacx of andere “statische” trainer. Of je frame nou van good old staal, aluminium, carbon of titanium is.

7. Coureurs moeten ijzersupplementen nemen

Dit is een achterhaalde opvatting. In het geval er géén ijzertekort aangetoond is, zelfs gevaarlijk. IJzer trekt bacteriën aan, en door supplementen te nemen vergroot je de kans op bacteriële infecties.
Voor vrouwelijke wielrenners (coureuses?) gelden overigens wat dit betreft weer andere regels, maar in Oudesluis hebben we die niet.

6. Zonder snelpak win je nooit een tijdrit

In verhouding tot de winst die je kan behalen met bijvoorbeeld een betere houding, namelijk zo’n 180 seconden op een tijdrit van 40 kilometer, steken de 14 seconden die je wint met een snelpak schril af. Waarschijnlijk loont het nog meer om bij wijze van psychologische oorlogsvoering in een wollen wielershirt uit de jaren ’70 aan te komen.

5. Die gepakte coureurs verzinnen steeds mooiere smoezen, een bepaald dieet kan je Testosteron-gehalte niet beïnvloeden.

Door veel verzadigde vetten te eten kan je testosteron-gehalte opschroeven, door een extreem vetarm dieet zonder vlees kan je, je testosteron-gehalte zo laag brengen als dat van een gecastreerde man. Het gehalte kan echter nooit zoveel stijgen dat je er nooit positief op bevonden worden, met enkel een dieet.
‘Coureuses’ kunnen wel positief bevonden worden hierdoor, helemaal als een vetrijk dieet gecombineerd wordt met alcohol.

4. Zittend klimmen is efficiënter

Ullrich maalde in een gestaag tempo omhoog, Armstrong varieerde, en Pantani en Virenque klommen bijna de hele klim uit het zadel. Wat is nou efficiënter?
Doordat je een minder lang “dood punt” hebt in je tred, is zitten de meest vloeiende en daarmee meest efficiënte manier van klimmen. Echter vanaf een stijging van 10% is het ongeveer gelijkwaardig, maar wordt staan als prettiger ervaren.

3. Voor de kilometer hoef je, je niet warm te rijden

Ook al is dit niet gemeengoed: na een koude douche of andere afkoelmethode is er een prestatieverbetering te verwachten van 5%. Uiteraard is het voor duurprestaties wel beter eerst warm te rijden.

2. Van fietsen wordt je impotent

De cijfers liegen niet 4% van de fietsers om 2% gemiddeld. Gemiddeld zo’n 3 renners per criterium dus….

1. Sex voor de wedstrijd beïnvloed de prestatie negatief

Al lijkt nummer 2 van deze top-10 dit fenomeen redelijk uit te sluiten; een onderzoeker met de onuitspreekbare naam Sztajzel, heeft hier onderzoek naar gedaan. Hij heeft geen verschil kunnen constateren.

Overigens heb ik hier op beperkte schaal onderzoek mee uitgevoerd (er was geen controlegroep. Dat mocht niet van mevrouw ODT), en mijn bevinden stemmen helaas niet overeen.

Bronnen:
www.Analyticcycling.com
t.c. Verheij Sportsmedicine – http://home.planet.nl/~tcver000/
Jan Verduijn – www.xs4all.nl/~janver
http://www.velonews.com/tech
en vele anderen

 

Drie maal per week is er op Sportpark Sloten een trainingskoersje. Has-beens en never-weres strijden daar tussen echte coureurs om de “ereplaatsen”. De duurste fietsen staan voor de kantine van WV Amsterdam, volgens sommigen de rijkste vereniging van Nederland(3x in de week minimaal 50 man á gemiddeld 4 euro is 600 per week x 30 weken is 18.000 euro)

Het is de ideale plek om jezelf voor de gek te houden. Je waart je een echte coureur terwijl je een minimaal wattage trapt. En o, wat heb je nog veel over in de finale als je eerst een uur achterin gezeten hebt. In zekere zin te vergelijken met een rollenbank, wil je een dagje rustig aan doen, dan kan dat ook. Iedereen met een fiets en 2 benen kan het peloton bijhouden.

Een heel enkele keer is het ook echt koers. Als de wind goed staat op het vrijwel volledig door bomen omgeven parcoure=s, en er een paar jongens zijn die het verschil kunnen maken(langer hard kunnen fietsen dan 30 seconden) is het dan opeens een slagveld, met niet zelden het restant van het peloton wat gedubbeld wordt.

Na de koers volgt dan de nabeschouwing, die niet zelden langer duurt dan de koers zelf. Gelukkig volgt altijd binnen 3 dagen een nieuwe kans…

 

Criteriumtraining

On 27 juli 2010, in Training, by ODT

Of je nou specialist bent of er juist een hekel aan hebt, je moet ze af en toe rijden. Wat is nou een goede training voor een criterium? Om hier achter te komen is er door Amerikaanse onderzoeker gekeken naar de vorm van de inspanning. Hieronder een uitdraai van een SRM tijdens een criterium.

Wat gelijkt opvalt is het onregelmatige patroon, en de extreme verschillen. Vergelijk dit bijvoorbeeld eens met een inspanning tijdens een klim of zelfs vlakke klassieker. Wat je eigenlijk ziet is dat je (sub)maximale inspanningen doet gevolgd door korte periodes van (relatieve) rust. In figuur 2 zie je een deel van 5 minuten van het criterium. De meeste pieken zijn meer dan 150% van het wattage getrapt op het omslagpunt, en duren 5 tot 16 seconden. Dit geeft dus al een goed inzicht over hoe er getraind moet worden voor een criterium.

Dit ziet er ongeveer als volgt uit.

Een goede training/nabootsing van een criterium is dus een 15×15 interval sessie. 15 seconden submaximale inspanning gevolgd door 15 seconden rust. Begin met 10 herhalingen(5 minuten dus) daarna 5 minuten rust en herhaal dit nog 2x. Later uit te bouwen naar meer herhlaingen 3×10 en 4×10 en 3×15, nog steeds volgens datzelfde regime van 15 submaximaal en 15 rust. Hieronder een uitgezoomde versie.

Wat je hier ziet is dat de intensiteit gehandhaafd blijft, iets wat ook heel belangrijk is bij deze training, begin niet te snel. Zoals bij elke intervaltraining geld ook hier dat deze aan het begin van de training dient te gebeuren(na het inrijden) Deze training is niet alleen nuttig voor criteriumrenners, maar ook voor crossers en duuronderdelen op de baan.

Het spreekt vanzelf dat deze training de specialisatiefase(feb-maart) en tijdens het seizoen uitgevoerd moet worden, en niet tijdens de voorbereiding.

 

Om nog maar eens Tim Krabbé aan te halen: Je hoort nooit van een wielrenner dat hij zich suf traint. Er is altijd wat: Werk, studie, slecht weer, vrouwen of ander leed. (Nee, dit is geen toevallige zinsopbouw)
Zo kreeg ik van de week van een ploeggenoot te horen dat hij het koersen met een Elite-licentie te hoog gegrepen was, doordat hij teveel tijd kwijt was aan zijn studie.
Patrick Kops moet hier waarschijnlijk hartelijk om lachen. In de vroege ochtenduren en de late avonduren moesten voor hem de trainingsuren worden gemaakt. Van het jaar dat ik met hem in de ploeg gereden heb, kan ik me nog herinneren dat er altijd of gehaast moest worden, om op tijd van het werk te komen, óf op tijd weer aanwezig te zijn.

Aanstaande vrijdag staat de Grote Tacx Stayerprijs in het teken van zijn afscheid. Hij is tevens de man die samen met zijn gangmaker Willem Fack het soms bijna uitgewaaide stayersvlammetje in Nederland brandende hield. De volledige Europese stayertop is aanstaande vrijdag aanwezig, inclusief Europees kampioen Timo Scholz.

Met Kops stopt ook Willem Fack, de man met het zo kenmerkende fysiek. Hij gaf aan niet voor spek en bonen met een mindere renner mee te willen doen. Het zal ook lastig zijn iemand te vinden die Kops’ prestaties achter Fack weet te evenaren: 3 maal Nederlands kampioen achter de derny én achter de grote motoren.
Kops was een van die mannen die altijd, hoe de (persoonlijke) omstandigheden ook waren, op karakter, een niveau haalde dat goed genoeg was om in ieder geval lang geen modderfiguur te slaan. Menig maal wist híj de man met de hamer een fatale klap toe te dienen.

Ik wens hem het allerbeste in zijn post-wielercarriere, gelukkig zijn er enkele jongere coureurs (Honig, Van der Zanden), die het stayerstokje willen overnemen. Al zal het wennen zijn zonder Kops. Misschien zien we hem ooit terug óp de motor?

 

Winter

On 23 juli 2010, in Koers, by ODT

Opeens maakt het niet meer uit hoe de benen voelen tijdens de training. En het afgelopen seizoen lijkt opeens een stuk minder teleurstellend, had ik er daar niet gewoon bij kunnen zitten, en ging ik die tijdrit wel volle bak?

In de winter doe je ongestraft moraal op, nooit wordt je op je plaats gezet. Verreweg de meeste kilometers worden “en groupe” afgelegd in een gezapig tempo van krap 28 km/u. En ook al blijkt iemand een keer sterker in die bordjessprint, dan heb je altijd nog een paar weken of zelfs maanden om sterker te worden.

Moraal is in feite niks anders dan het vermogen om jezelf voor de gek te kunnen houden tussen de koersen door. In de winter is de periode lang genoeg om het moraal tot ongekende hoogten te doen stijgen. Gelukkig is dit vermogen belangrijker dan dat andere, lichamelijke vermogen, Tim Krabbe zei het al; “Een wielrenner heeft twee attributen: een lichaam en een geest, van deze twee is de geest verreweg het belangrijkst”.

Dit jaar gaan we alles anders doen, al het oud zeer lijkt vergeten. De fiets gaat nu definitief voor het meisje, en stappen doen we pas weer in de oktober volgend jaar. Hadden we vorige winter niet te weinig gedaan? De eerste afspraak is pas half januari op Sloten. En zelfs dan is de eerste klassieker in Groningen of Zwolle nog ver weg.

Geef mij maar de winter!

 

De doortrapper

On 23 juli 2010, in Koers, by ODT

Henry Degrange wist het al meer dan een eeuw geleden, “Echte kerels hebben geen versnellingen”, en verbood deze prompt in de Tour de France. Tullio Campagnolo weerlegde dit enkele decennia later met “Bisogna cambiar qualcossa de drio” (er moet wat veranderen van achteren. Hij had het blijkbaar eens een keer niet over de ietwat overbemeten derriére van zijn wederhelft, maar over het schakelen met derailleur.), met de inmiddels bekende gevolgen. Er schijnt tegenwoordig ook een Japanse firma te zijn die iets met fietsonderdelen doet. Mensen met ook maar enige vorm van smaak laten deze natuurlijk links liggen.

Fietsen op een doortrapper/fixie is een heel aparte belevenis. Met een verzet van 44×16 (equivalent van 42×15, 39×14 of ong 53×19 zo u wilt) toch redelijk zwaar, dus om een aardige tred (>85omwentelingen) te houden zit je al gauw constant aan hartslag 150 en 34-35 kilometer per uur. En met meewind aan een omwenteling of 140. Lichter steken heeft dus ook niet echt nut. Je zit echter dus al gauw “in de beugels”. Hou je dit een uur of 4-5 vol, dan weet je dat het met de basisconditie wel snor zit.

Aangezien het bracket van mijn On One Il Pompino (wat dat laatste in het italiaans betekent moet u zelf maar even opzoeken, ik moet u waarschuwen dat deze sites waarschijnlijk niet voor onder de 18 zijn) 1,5cm hoger is dan mijn koersfiets (Cannondale Synapse), en de cranks 50mm korter, kan je een overhelling maken van ongeveer 49 graden (t.o.v. 37 graden koersfiets). Je kunt dus in principe altijd doortrappen en de bocht redelijk normaal nemen. Heb zelf alleen een voorrem gemonteerd, maar deze is bijna niet nodig. Je moet wel iets beter opletten natuurlijk. Ook kom je erachter dat het lastig is om over takken of andere obstakels te springen terwijl je trapt, of dat het makkelijker is om je bidon in je achterzak te doen. Verder is in een groep fietsen niet altijd handig.

Vanuit mechanisch oogpunt is een doortrapper natuurlijk zeer verantwoord. De ketting loopt precies recht, en met een stalen frame + een extra strak achterwiel doordat de naaf “in het midden” zit (en niet zoals bij een normaal wiel als in een paraplu), resulterend in een zeer strakke fiets. Ook een mooie bijkomstigheid is het om, net zoals op een baanfiets, geen enkele rammel in de aandrijflijn te hebben.

Dan is er natuurlijk het trainingstechnisch effect. Het doet wonderen voor de cadans, prof Laurens ten Dam traint bijvoorbeeld ook zo ‘s-winters, en meent makkelijker een lichter verzet te kunnen draaien. Neem daarbij nog de intensiteit, en men heeft de ideale training voor winter en vroege voorjaar.

Meer info over doortrappers/fixies vind hem hier:

http://www.m-gineering.nl – Handgebouwde frames en (betaalbare) niche-produkten, tevens een enorme bron van technische informatie. Opereert vanuit de metropool Kiel Windeweer, Groningen.

http://www.alienbikes.com (Engels)- Noorse (singlespeed/fixie-)fietsgek die in Taiwan gemaakte spullen via een loods in Michigan verkoopt.

http://www.sheldonbrown.com (Engels) Singlespeed/fixedgear-goeroe die ongeveer evenveel aandacht besteed aan zijn fietsen als aan zijn maandelijks veranderende kapsel.

http://www.fixedgeargallery.com (Engels) – Een dagelijkse portie ‘doortrapperskunst’

 

Uurrecord voor beginners

On 23 juli 2010, in Koers, by ODT

Het uurrecord is altijd een van de meeste prestigieuze records geweest. Slechts de groten uit de wielergeschiedenis hebben zich er aan gewaagd. Coppi, Anquetil, Indurain en natuurlijk Merkcx om er maar een paar te noemen.

Het is het meeste eerlijke en eigenlijk meest simpele onderdeel van de wielersport. Geen tactiek, geen ploeg, geen combines. Één man, één fiets, één uur.

Helaas heeft het uurrecord wat van zijn allure verloren. Dit is indirect te danken aan de excentrieke Schot Graeme Obree. Als atleet niet veel waard, doch zijn creativiteit compenseerde daarvoor ruimschoots. Uit zijn fiets die onder andere opgebouwd was uit wasmachine-onderdelen en andere dingen die hij in zijn schuur kon vinden, was hij in staat sneller te rijden dan grootheden als Indurain en Rominger.(terwijl die laatste nota bene nog op een andere manier “hulp” inriep)
De UCI heeft daarom in zijn oneindige wijsheid besloten alleen nog fietsen toe te laten die technisch gelijkwaardig zijn aan de fiets waarop Eddy Merkcx destijds zijn ongelofelijke record in Mexico neerzette. Dat wil zeggen, een klassiek stuur, een frame met ovalen buizen, en zelfs een Polar hartslagmeter is niet toegestaan. Ten tijde van Merckx had tenslotte slechts de NASA beschikking over LCD-horloges.

Het huidige record staat op naam van Ondrej Sosenka met 49,700 meter. Doch geen onbekend renner (Tsjechisch kampioen tijdrijden) ook geen topper zoals de UCI misschien graag zou zien. Opmerkelijk: hij reed met een extreem zwaar achterwiel van 3,2kg, terwijl de theorie van “roterende massa” toch al enige tijd achterhaald is.

Overigens heeft ‘yours truly’ stoute plannen richting het uurrecord. Natuurlijk heb ik niet de illusie ook maar in de buurt van Sosenka te kunnen komen, maar het is op zijn minst interessant om te zien hoever een “atletisch gehandicapte” als ondergetekende kan komen.

Verplichte kost voor potentiële uurrecord-houders:

http://www.wolfgang-menn.de/hourrec.htm – Fantastische site met focus op de natuurkundige kant van het uurrecord
http://homepage.ntlworld.com/veloarchive/races/hour.htm – Nog een site met wat algemene info
http://www.amazon.co.uk/Hour-Michael-Hutchinson/dp/0224075195 – Fantastisch boek van Michael Hutchinson, die twee (tevergeefs) pogingen waagde om het record van Boardman te verbeteren. Vol humor en zelfspot. In Nederland verkrijgbaar via Bol (waar ik overigens geen aandelen in heb)